Skip to main content

Pensioen opbouwen, dat is belangrijk, dat weet je. Maar het klinkt suf, ingewikkeld en als een onderwerp dat je liever aan je voorbij laat gaan. Dat snappen we! Maar geloof ons: zelf het heft in eigen handen nemen voor een financieel goede oude dag is belangrijk, en: lang niet zo ingewikkeld als dat het lijkt. In dit artikel stippen we de meest belangrijke en gebruikte termen aan, zodat jij goed voorbereid op 9 november naar de workshop kan komen die wij organiseren in samenwerking met Brand New Day. Daar gaan we, ons pensioen ABC, alle termen die je moet kennen!

Samen met Brand New Day hebben heeft er een workshop over pensioenbeleggen plaatsgevonden om het pensioenvraagstuk een beetje helder maken. Terugkijken? Dat kan hier!

Pensioen pijlers

Voordat we je onderdompelen in alle need to know pensioen termen willen we je graag uitleggen dat je pensioenopbouw bestaat uit 3 pijlers:

  1. AOW
  2. Collectief: Ouderdomspensioen ofwel werkgeverspensioen.
  3. Lijfrente: Je eigen pensioenpot, op een rekening bij bank of beleggingsinstelling

Let’s start with an A!

De Anw is de afkorting voor de Algemene nabestaandenwet. No nice subject maar mocht je komen te overlijden dan geeft de Anw recht op een nabestaandenuitkering aan je partner, wanneer deze jonger is dan 65 jaar. Onder partner wordt verstaan, degene met wie je gehuwd was, een geregistreerd partnerschap had, of een gemeenschappelijke huishouding voerde. Het recht op een Anw-uitkering (met uitzondering van de uitkering voor wezen) is afhankelijk van leeftijd, gezinssamenstelling en mate van arbeids(on)geschiktheid van de nabestaande. Ook is het eventueel eigen inkomen van invloed op de hoogte van de Anw-uitkering. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) betaalt deze uitkering.

In de categorie nabestaande hoort ook het Nabestaandenpensioen. Dit is een verzamelnaam voor weduwen-, weduwnaars- en partnerpensioen. Dit is pensioen dat wordt uitgekeerd aan een weduwe, weduwnaar of ongehuwde partner van de overleden deelnemer aan een pensioenregeling.

Ook vind je in deze categorie het partnerpensioen. Dit is het pensioen dat wordt uitgekeerd aan je partner wanneer je komt te overlijden. Onder partner wordt verstaan: degene met wie je gehuwd was of een geregistreerd partnerschap had (so put a ring on it 😉 ). Vaak wordt als partner ook verstaan degene met wie de overleden verzekerde een gemeenschappelijke huishouding voerde.

Wanneer je dan je AOW leeftijd bereikt dan heb je recht op AOW. Dit staat voor Algemene Ouderdomswet. Deze uitkering is een basispensioen en gaat in op de dag waarop je je AOW-leeftijd bereikt. Op de website van de Rijksoverheid is een module opgenomen om de AOW-leeftijd te berekenen. De AOW-uitkering duurt tot aan de laatste dag van de maand waarin je komt te overlijden. De hoogte van het AOW-pensioen is afhankelijk van je burgerlijke staat en je gezinssituatie. Ook hier betaald de Sociale Verzekeringsbank (SVB) weer deze uitkering.

Niet te verwarren met de AOW is het ouderdomspensioen of werkgeverspensioen. Dit is een uitkering de je krijgt wanneer je je pensioenleeftijd hebt bereikt. Deze uitkering is levenslang en wordt maandelijks uitgekeerd.

VUT staat voor vervroegde uittreding. VUT maakt het mogelijk om eerder met pensioen te gaan dan op de 67-jarige leeftijd. Vanaf 1 januari 2006 zijn VUT-regelingen fiscaal niet meer toegestaan, behalve voor deelnemers die voor 1 januari 1950 zijn geboren. We komen dit in 2022 nog zeer weinig tegen.

De B van beleggen.

Je zou het niet denken maar om te zorgen dat je pensioenfonds alle toezeggingen kan nakomen zullen ze de betaalde pensioenpremies zo zorgvuldig mogelijk beleggen. Dit heet een beleggingsbeleid. Een pensioenfonds probeert aan de ene kant zoveel mogelijk rendement te halen en aan de andere kant risico’s zoveel mogelijk uit te sluiten. Een belangrijk onderdeel van het beleggingsbeleid is het verdelen van het vermogen over de verschillende beleggingscategorieën, bijvoorbeeld 60% in aandelen en 40% in obligaties.

En verder..

Soms is er sprake van een collectieve pensioenregeling. Een werkgever heeft in dit geval voor alle medewerkers, of een specifieke groep, een pensioenregeling afgesloten. Iedereen die deelneemt aan deze regeling heeft dan dezelfde (soort) pensioenregeling.  Wat houdt dit exact in?Iedere werkgever die is aangesloten bij een pensioenfonds en een regeling heeft voor zijn/haar werknemers, legt zelf of samen met zijn werknemers maandelijks een bedrag in. Dit kan de werkgever zelf geheel doen voor jou of in samenwerking door een percentage van het maandelijkse inkomen in te leggen.

Een factor A (alleen van toepassing op pijler 2 pensioen) is de factor die aangeeft wat de pensioenaangroei is geweest in een bepaald jaar. Je pensioenuitvoerder moet jou jaarlijks een opgave verstrekken van de factor A. Deze heb je namelijk nodig om je jaarruimte te kunnen berekenen. Daar komen we later in de stuk op terug.

Een pensioenregeling waarin de hoogte van je pensioen is afgeleid van het salaris dat je direct voorafgaand aan de pensioendatum verdiende heet eindloonregeling Bij iedere salarisverhoging wordt het pensioen dat je al hebt opgebouwd aangepast aan het nieuwe salarisniveau.

Pensioenbeleggen interessant?

Fiscaal voordeel. Willen we, natuurlijk. Hoe dat zit? Stel je verdient €36.000 bruto per jaar. Dan betaal jij 37,35% belasting over je inkomen. Jouw werkgever helpt je en draagt samen met jou €200 euro per maand (indicatief) af aan pensioen. Uit jouw jaarruimte blijkt echter dat je nog €1850 bij mag leggen. Dit doe je. En omdat de belastingdienst jou wil belonen, kun je die €1850 deels terug krijgen van de belasting. Hoeveel? Die 37,5%! Dat betekent dat jij €1850 in een jaar inlegt in je pensioen voor later, en daar NU €694 voor terug krijgt! Dat mag je verrekenen tijdens het doen van je inkomstenbelasting. 

Stel dat je geen werkgeverspensioen had gehad, dan kon je maar liefst €3000 euro aftrekken en ontving je zelfs €1120.50 terug.

FOR (fiscale oudedagsreserve). Ben je nou ondernemer, dan heb je tot 31 december 2022 nog fiscaal voordeel want je kunt een deel van je winst belastingvrij opzij zetten voor je pensioen. Het gedeelte van de winst dat je opzij zet, wordt de ‘toevoeging of fiscale  oudedagsreserve’ genoemd. Op je pensioenleeftijd kun je het bedrag tegen een lager AOW-belastingtarief laten uitkeren. De toevoeging oudedagsreserve is een boekhoudkundige reservering. Dat wil zeggen dat je niet daadwerkelijk verplicht bent om het geld apart te zetten op een daarvoor bestemde rekening. Je bepaalt dus helemaal zelf wat je met de oudedagsreserve doet, maar een ding is zeker: je betaalt er altijd minder belasting over dan nu. Helaas vervalt deze regeling in 2023. Gelukkig is een hele goede oplossing hiervoor om pensioen op te bouwen in pijler 3. In de workshop met Brand New Day leggen we je hier alles over uit!

Ook in de fiscale categorie valt de omkeerregel. Normaal wordt alles wat je uit je dienstverband (loon e.d.) krijgt belast. Bij pensioen is dat anders. Niet de pensioenpremies behoren tot het fiscaal belastbare loon, maar de pensioenuitkeringen. 

Jaarruimte

Jaarruimte is gebaseerd op jouw inkomen en het pensioen dat je opbouwt via jouw werkgever. Als je jaarruimte hebt, kun je dit bedrag op een geblokkeerde pensioenrekening storten. Een deel van de inleg krijg je vervolgens weer terug via de aangifte inkomstenbelasting. Heb je in de afgelopen jaren minder pensioen opgebouwd dan je van de Belastingdienst zou mogen opbouwen? Dan heb je waarschijnlijk onbenutte jaarruimte. Je mag van de belastingdienst tot 7 jaar terug je onbenutte jaarruimte extra benutten. Dit heet de reserveringsruimte. De reserveringsruimte is net als de jaarruimte fiscaal aftrekbaar. Er gelden wel regels voor het gebruiken van de reserveringsruimte, en dan met name met betrekking tot het maximum bedrag dat je mag inleggen. Brand new day heeft een handige tool voor het berekenen van je jaarruimte.

Over reserveringsruimte gesproken, dit is de optelsom van de jaarruimtes die je in de afgelopen 7 jaar niet hebt gebruikt. Berekenen? Simple as that.

Lijfrenteuitkering, hier heb je vast weleens van gehoord. Lijfrente uitkering is niets meer of minder dan een bedrag dat maandelijks, per kwartaal of jaarlijks voor bepaalde of onbepaalde tijd wordt uitgekeerd. Meestal bedoeld als volledig pensioen of als aanvulling op een klein pensioen. 

Wanneer je pensioen gebaseerd is op het gemiddeld verdiende salaris, spreken we van een middelloonregeling. Ieder jaar bouw je pensioen op over het dan geldende salaris. Het percentage van de pensioengrondslag waarmee het jaarlijks op te bouwen pensioen wordt berekend noemen we het opbouwpercentage.

What to do bij jobhoppen?

Het kan zijn dat er pensioen nadeel ontstaat als je van werk verandert en daardoor van pensioenregeling. Het al opgebouwde pensioen bij je oude werkgever wordt dan soms niet volledig aangepast aan de prijs- of loonontwikkeling. Dat betekent verlies van koopkracht en dat heet pensioenbreuk

Bij een eindloonregeling kan het nadeel ook ontstaan als je in je nieuwe baan carrière maakt en meer gaat verdienen. De backservice krijg je alleen over het pensioen dat bij de nieuwe werkgever is opgebouwd en niet over de ‘oude’ pensioenrechten. Een oplossing hiervoor kan zijn dat je je opgebouwde pensioenaanspraken meenemen naar je nieuwe pensioenuitvoerder. Dat heet waardeoverdracht. Je kunt je ‘oude’ pensioen meenemen naar je nieuwe pensioenuitvoerder. Hoe weet je wat in jouw situatie het beste is? Je vraagt de pensioenuitvoerder van je nieuwe werkgever wat je voor je ‘oude’ pensioen krijgt. Anders gezegd: je nieuwe pensioenuitvoerder vertaalt het door jou meegenomen pensioen in een aantal opbouwjaren volgens de nieuwe pensioenregeling. Waardeoverdracht kan een goed middel zijn tegen pensioenbreuk. Let op: pensioenfondsen zullen niet meewerken aan waardeoverdracht als de financiële toestand van het fonds dat niet toelaat. Dan komen er geen overdrachten meer binnen en gaan er ook geen overdrachten meer uit. Zodra het fonds niet meer in de financiële problemen zit, krijg je bericht en kun je alsnog de waarde overdragen.

Pensioenfonds

Een pensioenfonds zorgt voor het uitvoeren van de pensioenregeling van de werkgever. Pensioenfondsen staan onder toezicht van de De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM). In dit fonds wordt geld bij elkaar gebracht met als doel het veiligstellen van de pensioentoezegging van de werkgever. Kortom, dat jij als je de pensioengerechtigde leeftijd (sinds 1 januari 2014 gericht op 67 jaar) bereikt, je netjes de centjes krijgt die je beloofd zijn. Bij een pensioenfonds betaal je jawel; pensioenpremie. Premie die je betaald om de pensioenregeling te financieren. Meestal betaal je samen met je werkgever een deel van de premie.

Maar wat te doen wanneer er sprake is van een pensioengat? Klinkt al niet heel positief, hè? Je verwacht het niet, maar een pensioengat heeft bijna iedere werknemer. Voldoende pensioen heb je namelijk bij zo’n 70 procent van je inkomen, maar als je spaart voor je pensioen via je werkgever, dan kom je vaak uit op nog geen 40 procent (!). Sommige werkgevers laten geen jaarruimte onbenut en bouwen goed voor je op, dit zijn er echter nog maar weinig. Je hebt dan, inderdaad, te maken met een pensioengat.

Om te bepalen of er sprake is van een pensioengat dien je overzicht te hebben in je financiële situatie. Een UPO ofwel Uniform Pensioen Overzicht kan dan handig zijn. 

Het pensioenstelsel

In Nederland zijn er drie manieren om pensioen op te bouwen. Allereerst heeft iedere Nederlander recht op AOW, een pensioen dat door de overheid wordt verstrekt. Hier hebben we het eerder over gehad. Hiernaast bouwt een groot deel Nederlanders pensioen op via een pensioenregeling (pensioenfonds) bij de werkgever. De derde manier is een vrijwillige, individuele pensioenvoorziening. Hiermee kunnen werknemers zonder (toereikende) pensioenregeling of ZZP’ers zelf (extra) pensioen opbouwen. Dat laatste, zelf pensioen opbouwen in pijler 3, kun je doen door pensioensparen of – beleggen op een persoonlijke rekening.

In Nederland is er tevens sprake van een omslagstelsel. Dit is een financieringsvorm waarbij de werkenden premies betalen, waarmee op hetzelfde moment uitkeringen aan pensioengerechtigden worden betaald. In Nederland wordt het omslagstelsel onder meer toegepast voor de financiering van de AOW en de VUT-regeling. De Pensioenwet (Het geheel van geldende rechtsvoorschriften over pensioen) staat het omslagstelsel voor pensioenaanspraken niet toe.

En als je niet meer mee wilt spelen?

Als je niet meer meedoet aan de pensioenregeling, behoud je recht op het pensioen dat je al hebt opgebouwd. Daar hoef je geen premie meer voor te betalen. Vandaar de term premievrije aanspraak.

Pijler 3, lijfrente

We zijn in dit stuk veel ingegaan op pijler 1 en 2. Twee pijlers waar je zelf eigenlijk qua pensioenopbouw vrij weinig in de hand hebt. Waar je wel invloed op hebt en je veel vrijheid in hebt is pijler 3, lijfrente ofwel pensioenbeleggen.

Workshop

Wanneer het je inmiddels qua begrippen een beetje duizelt, weet dan dat hulp onderweg is! Samen met Brand New Day heeft er een workshop over pensioenbeleggen plaatsgevonden die het pensioenvraagstuk een beetje helder maken. Terugkijken? Dat kan hier!

Geef een reactie